Kleuters leren denken. Niet zoals een peuter die nog vooral op gevoel reageert, maar ook nog niet zoals een schoolkind dat bewust kan redeneren. Het zit er precies tussenin.
Tussen hun vierde en zesde jaar maken kinderen grote sprongen in hoe ze de wereld begrijpen. Ze stellen vragen, maken verbanden, en proberen voor het eerst écht iets te snappen. Voor ouders is het een mooie maar soms ook verwarrende fase. Je ziet ineens een klein mens dat nadenkt, maar nog niet alles logisch benadert.
Wat gebeurt er precies in deze periode? Wat kun je als ouder doen? En waar let je op als je kind net even anders lijkt te denken dan de rest?
Wat gebeurt er tussen 4 en 6 jaar
De kleuterfase is een overgangsperiode. Kinderen laten het impulsieve gedrag van een peuter steeds meer los, en gaan gerichter nadenken. Hun geheugen wordt beter, ze leren plannen (al is dat nog beperkt), en ze beginnen oorzaak en gevolg te herkennen.
Toch gaat het niet allemaal even logisch. Een kleuter kan iets prima begrijpen in situatie A, maar volledig anders reageren in situatie B. Ze denken nog veel vanuit hun eigen perspectief en fantasie speelt een grote rol in hun beleving van de werkelijkheid.
Toch is er veel vooruitgang te zien. Vooral op deze vijf gebieden:
1. Woordenschat groeit snel
Kleuters leren dagelijks nieuwe woorden en gaan die actief gebruiken.
2. Logisch denken komt op gang
Ze begrijpen simpele verbanden, zoals ‘als ik dit doe, dan gebeurt dat’.
3. Oorzaak en gevolg worden herkend
Niet altijd correct, maar ze proberen wél verbanden te leggen.
4. Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar
Een denkbeeldige vriend is echt, een fout in een spel wordt gevoeld als onrecht.
5. Ze willen problemen zelf oplossen
Puzzels, spelregels en ‘hoe werkt dit?’-vragen worden interessant.
Spelen en denken
Als je wilt weten hoe een kleuter denkt, hoef je alleen maar te kijken naar hoe ze spelen. Spel is niet alleen ontspanning, het is ook de manier waarop kinderen de wereld leren begrijpen. Ze oefenen met regels, rollen, emoties en oorzaak-gevolg.
Een kind dat een winkel nadoet, leert over ruilen, tellen en sociaal gedrag. Een kind dat blokken stapelt, denkt na over balans, grootte en vorm. En een kind dat zich verkleedt als dokter of superheld, verwerkt ervaringen en leert zich verplaatsen in anderen.
“Spel is het werk van het kind.”
– Jean Piaget
Door te spelen oefenen kleuters met vaardigheden die ze later nodig hebben. Niet omdat iemand het hen vertelt, maar omdat hun brein daar op dat moment rijp voor wordt.
Een paar vormen van spel die veel zeggen over cognitieve ontwikkeling:
- Fantasiespel
Kinderen verzinnen verhalen, rollen en situaties. Ze leren hiermee oorzaak-gevolg en sociale regels herkennen. - Constructiespel
Denk aan bouwen met blokken of knutselen. Hierbij oefenen ze met plannen, vormen herkennen en probleemoplossing. - Denkspelletjes en puzzels
Kleuters vinden het leuk om iets ‘uit te vogelen’. Dit stimuleert logisch denken en doorzettingsvermogen. - Spel met regels
Bij simpele bordspelletjes of zelfverzonnen regels leren kinderen structuur, beurt nemen en gevolgen accepteren.
Spelen is dus niet zomaar bezigheidstherapie. Het is een belangrijk venster op hoe een kleuter denkt.
Verschillen per kind
Niet elk kind ontwikkelt zich op dezelfde manier. De een praat al vlot hele verhalen, terwijl de ander liever observeert. Sommige kleuters puzzelen uren, anderen kunnen zich nog geen vijf minuten concentreren. En dat is normaal.
Er zit veel variatie in tempo, stijl en interesse. Cognitieve ontwikkeling is geen rechte lijn. Het ene kind loopt voor op taal, het andere op inzicht of geheugen. Onderstaande tabel laat zien hoe dat er globaal uit kan zien:
| Gebied | Kenmerken gemiddeld | Variatie (vroeg of laat) |
| Taalbegrip | Stelt vragen, praat vlot mee | Van complexe zinnen tot nog weinig taalgebruik |
| Denkvermogen | Begrijpt simpele verbanden | Van oplossingsgericht denken tot vooral reageren |
| Aandacht en focus | Blijft betrokken bij afwisseling | Van diepe concentratie tot snel afgeleid zijn |
Wat is normaal?
Er is geen vaste norm die voor elk kind geldt. Sommige kinderen lopen op een vlakje achter, maar halen dit later zonder moeite in. Anderen laten juist al opvallend veel zien. Belangrijker dan ‘voor of achter’ is of je kind nieuwsgierig blijft, vragen stelt en plezier heeft in dingen ontdekken.
Ouders hoeven zich meestal geen zorgen te maken, zolang hun kind betrokken is bij de wereld om zich heen.
Wat kun je als ouder doen
Je hoeft geen spelletjes te kopen met “ontwikkelingsdoelen” op de doos. Wat je kind het meeste helpt, zit in gewone momenten.
Bijvoorbeeld: iets samen oplossen, hardop denken, een keuze laten maken en die keuze dan samen bevragen. Niet als test, maar uit nieuwsgierigheid.
En soms is het juist laten gaan ook waardevol. Niet te snel corrigeren. Niet alles willen uitleggen. Kleuters hebben ruimte nodig om zelf te denken. Ze zitten midden in dat proces.
Wat helpt bij die ruimte geven:
- Laat ze iets uitleggen dat ze zelf hebben verzonnen
- Geef een verkeerde suggestie en kijk of ze het corrigeren
- Speel mee, maar niet vóór
- Stel ‘wat als’-vragen, zonder goed of fout
- Reageer op hun logica, ook als die krom is
Niet alles is educatief. Het gaat erom dat je kind het gevoel heeft: ik mag nadenken, ik mag proberen, ik mag het fout doen. Daar groeit iets van.
Voeding en nutriënten
Je denkt misschien niet direct aan voeding als het over denken gaat. Toch heeft het brein van een kind brandstof nodig. En dat zijn niet alleen calorieën. Ook bepaalde vitamines en mineralen spelen een rol in hoe goed een kind zich kan concentreren, redeneren en informatie onthoudt.
Waarom voeding ertoe doet
De hersenen zijn in ontwikkeling, en juist in deze jaren leggen kinderen de basis. Dat vraagt om bouwstoffen Stoffen die het verschil kunnen maken. Bijvoorbeeld:
- IJzer, dat helpt bij cognitieve ontwikkeling
- B-vitamines, die bijdragen aan concentratie en mentale veerkracht
- Foliumzuur, belangrijk voor celgroei en hersenfunctie
- Omega 3, vooral DHA, dat bijdraagt aan hersenstructuur
Het lastige is: veel kinderen eten niet alles. Groente blijft liggen, broodkorsten worden weggehaald, vlees is “vies”. En zelfs met een gevarieerd bord is het niet altijd zeker of ze alle nutriënten voldoende binnenkrijgen.
Daarom kiezen sommige ouders ervoor om het aan te vullen. Niet als vervanging van eten, maar als een soort basissteuntje. Bijvoorbeeld in de vorm van een kauwtablet of gummie met een mild fruitsmaakje, waar een kind niet voor hoeft te vechten.
Een kwalitatieve kinder multivitamine kan dan helpen om bijvoorbeeld ijzer of B-vitamines binnen te krijgen, zonder stress of strijd aan tafel.
Wanneer hulp inschakelen
De meeste kleuters ontwikkelen zich prima, ieder op hun eigen tempo. Toch zijn er situaties waarin het goed is om even met iemand mee te kijken. Niet omdat er meteen iets mis is, maar omdat je twijfelt of je kind ergens in vastloopt.
Let bijvoorbeeld op dit soort signalen:
- Taalbegrip blijft opvallend achter
- Je kind lijkt oorzaak en gevolg niet te herkennen
- Simpele volgordeopdrachten worden niet begrepen
- Je kind vermijdt denkspelletjes of wordt snel gefrustreerd
- Andere kinderen reageren regelmatig met verbazing op hoe je kind iets aanpakt
Als je dit herkent en het gevoel blijft knagen, kun je altijd overleggen met de juf, een jeugdverpleegkundige of een professional via het consultatiebureau of een plek zoals Jong JGZ. Vaak is een klein duwtje of andere benadering al genoeg.

